”Een Naam kan ons behouden:     

                                 Jezus Christus.”

Psalm 42; Jesaja 45: 2-8; Johannes 3: 14-21 + 35 en 36 Johannes 14: 1-14;

Handelingen 4: 8-12;

 

Veel mensen in onze tijd zijn aan het zoeken. Ze zoeken naar geluk en redding via allerlei “goede doelen”. Maar vaak maskeert dit hun zoeken naar eigen, persoonlijk geluk. Ik moet hierbij denken aan de tekst “Als een hert dat verlangt naar water”.

Mensen hebben water nodig. Zonder water is er geen leven mogelijk.

Jezus Christus is als Mens op deze aarde gekomen, om ons leven te geven. In Johannes 4 raakt Hij in gesprek met een vrouw, die water komt putten. Haar pogingen om door haar inspanningen in leven te blijven mislukten steeds weer. Steeds weer spande zij zich in om te overleven.

Zij moest echter Jezus ontmoeten om van haar “gebroken leven” verlost te worden. Zij moest zichzelf – met al haar fouten en gebreken – prijsgeven aan Jezus. Hij liet haar merken, dat zij voor Hem niets verborgen kon houden. Zij had geen leven in zichzelf. Zij had het water van Jezus nodig, het Levende Water,  om werkelijk te kunnen leven en door Hem ook in leven te blijven.  Jezus Christus is de Bron van Leven. Hij is (de Zoon van) God, want niemand kan leven scheppen en het in stand houden, dan God alleen.

Het is Gods Waarheid, waar we ons altijd aan vast mogen houden, dat er maar één Naam gegeven is waardoor we behouden kunnen worden, d.w.z. in eeuwigheid mogen leven.  Petrus en Johannes getuigden dat voor de Hoge Raad, de geestelijke leiders uit hun tijd. (Handelingen 4:12)

En de Geest van God werkte mee door tekenen en wonderen, die het voor die leidslieden onmogelijk maakten te ontkennen dat “de vinger Gods” via hen aan het werk was. Ik geloof dat de kracht van God dezelfde is gebleven voor wie in Jezus als hun Messias geloven. We worden ook nu aangemoedigd om Jezus als Gods Redder, als de Messias, voor de mensen te belijden. Dan mogen ook wij er op vertrouwen, dat Hij zal meewerken door tekenen en wonderen.

Zo wil God met ons, als Zijn kinderen, wandelen. Zijn Verlangen  lezen we  in heel de bijbel, vanaf de eerste bladzijden.

God wandelde met Adam en Eva in de hof van Eden.          Toen zij ontrouw werden aan God door te zondigen, liet God merken dat Hij de mens niet los wilde laten. Tegen Eva zei Hij dat er een Verlosser zou komen. In de Here Jezus heeft God deze belofte vervuld.

Ook de profeten ontvingen Gods Woord dat hun een Verlosser geboren zou worden in Bethlehem Efrata.

Toen de wijzen uit het Oosten door Gods Openbaring op zoek gingen naar de Koningszoon kwamen ze bij de kenners van Gods Woord.

De schriftgeleerden wisten wat de profeten van Gods wege gesproken hadden   over de geboorte van de Zaligmaker: - En gij, Bethlehem, land van Juda, zijt geenszins de minste onder de leiders van Juda, want uit u zal een Leidsman voortkomen, die mijn volk Israël weiden zal. (Matth. 2: 5 en 6)

Maar hoewel zij Gods Woord naar de letter kenden en zij via de wijzen Gods teken kregen, geloofden zij niet met hun hart: hun geloof bleef zonder vrucht.

Een vruchtbaar geloof begint klein en eenvoudig. God begon met een kind in een kribbe, waarvan de geleerden niet konden geloven, dat God zo Zijn Koninkrijk begon te bouwen.

God begint Zijn Koninkrijk klein en eenvoudig. Daaraan verbindt Hij Zijn Vraag: “Geloof jij dat Ik het zo zal doen?”

 

De machthebbers van deze wereld hebben grote legers. De een wil sterker zijn dan de ander. Zij willen heersen over elkaar, zoals satan wil heersen op deze aarde. Hij wordt niet voor niets de “overste van deze wereld”genoemd. Hij wil heersen met en over de mens. Hij wil wedijveren met God.

Daarom wil hij de Zoon van God en Zijn volgelingen uitschakelen. Na de zondeval zei God: “En Ik zal vijandschap zetten tussen de slang = de satan, en de vrouw; tussen het zaad van de slang en dat van de vrouw.” Het gevecht gaat door van generatie op generatie. De mensheid is in een hopeloze situatie. Er  werden leiders gevormd, misvormd, en in afgoden geloofd.

 

Maar God gaf aan deze verloren wereld Zijn Zoon, opdat wie in Hem gelooft zal leven en niet verloren gaan.

Te midden van de vele leiders zond God Zijn Leidsman. Hij leefde en stierf als een mens. Maar Hij leefde volkomen naar de wil van God, de Vader, Die Hem daarom opwekte uit de dood en Hem eeuwig leven gaf.

Door Jezus, de Zoon, is er verzoening gekomen tussen God en mens. Hij belijdt: “Wie in Mij geloof zal leven en in eeuwigheid niet sterven.”  Dit geldt voor allen die Jezus als hun Verlosser hebben aangenomen. Maar wie niet in Jezus gelooft, is al veroordeeld: Het geloof in Jezus brengt scheiding. Wie niet voor Hem is, is tegen Hem.

 

Het is Gods plan – nog steeds – dat de mens zal leven.      God, de Vader, ziet er met verlangen naar uit, dat Hij weer kan wandelen met Zijn kinderen in Zijn Paradijs.

Maar Hij wacht op jouw en op mijn antwoord. Hij geeft aan de mensheid de ruimte om op Zijn oproep te antwoorden:

  • Kom het eeuwige leven binnen ! Geniet van de vruchten in Mijn tuin. Rust wat uit in de schaduw van Mijn bomen. Haar bladeren zullen je volkomen genezen. Het oude is voorbij gegaan, het volmaakte is gekomen.
  • De enige voorwaarde om deze zegeningen in ontvangst te nemen is: geloof in de Naam van Jezus Christus.  Dan zal Hij je leiden naar stille wateren, waar je geen dorst meer zal hebben.

Zo heeft God Zelf de weg naar het Hemels Paradijs voor ons gebaand door het Leven en het Offer van Jezus, Zijn Zoon.

Want:

                        Een Naam is onze hope,

                        Een grond heeft Christus’ Kerk.

                        Zij rust in ene dope

                        en is Zijn Scheppingswerk.

                        Om haar als Bruid te werven,

                        kwam Hij ten hemel af.

                       Hij was ‘t, die door Zijn sterven
                       aan haar het leven gaf.


                                      Amen.