Geloven in
     het Leven met God

  Genesis 17; Marcus 16: 9-20,;

   Lucas 20: 27-40;

  1 Corinthiërs 15: 1-22;  2 Joh. 1: 7-11.

In onze tijd wordt er veel gesproken over  “geloven”  

Ook Jezus en Zijn apostelen spraken veel over “geloof”..

In het Hebreeuws wordt gesproken over “emoenah”, wat ook als “vertrouwen” vertaald kan worden.

“Geloven” of  “vertrouwen” zijn woorden die inhouden dat er twee kanten zijn. Een mens heeft een ander nodig om werkelijk te leven, om tot volle bloei te komen. Maar dit goede contact met andere mensen kan alleen tot stand komen, wanneer Jezus, de Messias, de leiding heeft over jouw en mijn leven. Hierbij moet ik denken aan het lied: “Niemand leeft voor zichzelf, niemand sterft voor zichzelf. Wij leven en sterven voor God, onze Heer. Hem behoren wij toe.”

Hierbij is het leven van Mozes, Gods dienstknecht uit het Oude Testament, een voorbeeld. Het leven van deze aardse prins was op een mislukking uitgelopen, toen God hem riep.
Hij leerde te luisteren naar Gods Stem. Zo werd zijn leven veranderd van een tijdelijk leven naar een eeuwig leven. God gebruikte hem ( via zijn staf) om Zijn Kracht, Zijn Leiding te tonen. Toen er geen water voor het volk in de woestijn  was, hief Mozes zijn staf op en God gaf water uit de Rots. Toen het volk in gevecht was tegen zijn Gods vijanden (het volk Amalek) moest Mozes zijn staf opheffen naar de hemel, waarna God aan Zijn volk de overwinning gaf.

Mozes luisterde naar wat God hem zei en bracht zijn geloof in God  ten uitvoer via zijn daden.. Door deze zuivere relatie van de mens met God, zijn Heiland, komt de hemelse zegen  vrij.

Jezus, Gods Zoon,  leerde te luisteren naar Vaders Stem. Van jongstafaan wist Hij dat Hij bezig moest zijn met de “dingen van Zijn Vader”. Hij deed als Mens, in een Hem vijandige wereld, wat God, Zijn Vader, van Hem vroeg: “Blinden werden ziende, lammen wandelden, melaatsen werden gereinigd, doven hoorden, doden werden opgewekt en armen ontvingen het evangelie”. (Mattheüs 11: 4 en 5)

Hij gaf brood aan wie honger hadden en water aan wie dorst hadden en wijn aan de bruiloftsgasten. Hij maakte dat Gods Leven vrij kwam voor wie in Hem geloofden, door zelf Zijn Leven aan het Kruis prijs te geven.
Zo geloofde Jezus, de Zoon, in God, de Vader, zodat door Zijn Offer aan het Kruis iedereen die gelooft in dit offer, van Godswege eeuwig leven ontvangt.

Nu reeds, in dit leven, kunnen wij daarom leven met God, en is de weg open om een relatie met Hem te hebben.

Lucas getuigt ervan dat er in zijn tijd – maar ook in de onze – vele problemen kunnen zijn in menselijke relaties. Wanneer je in je oude - niet verloste - natuur leeft, kan je daar flink door beschadigd worden.  Maar Jezus roept ons op niet meer te leven naar de normen en waarden van deze wereld. Hij roept ons op Zijn Natuur aan te doen: bekleed met Christus. Laat ons leven in deze tijd met Hem bekleed zijn:  Dan zijn we “kinderen van de opstanding” De ware God is een God van levenden, en door geloof leven we heel reëel in Hem. (Lucas 20: 36-40)
 

Als we nu reeds op deze aarde met de Heer leven, zal Hij hiermee doorgaan   in het eeuwige leven met zijn nieuwe hemel en nieuwe aarde..

Wij dienen geen goden van hout of steen, geen afgoden waar mensen voor knielen!,  geen “godsmannen”, zoals er in onze tijd velen opstaan.

           Het is door de Heer in Zijn Woord voorzegd.

Wij dienen een Levende God. Hij leeft, en wij, die geloven, leven met Hem. We mogen een relatie met Hem hebben, de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. Godsmannen schrijven ons voor hoe we moeten leven. Maar wie vervuld zijn met de Heilige Geest hebben de Geest der Waarheid ontvangen door Jezus Christus, Die in hen woont. Hij kan en wil tot ons spreken, Hij zegt ons hoe Hij wil dat wij leven. Alleen Jezus is de Weg, de Waarheid en het Leven. Niemand ontmoet God, de Vader, dan door Hem, want er is geen andere naam onder de hemel gegeven, waardoor de mens behouden = gered wordt.

We zullen vandaag het Heilig Avondmaal met elkaar vieren. In 1 Corinthe 15 lezen we, wat de Opstanding van Christus inhoudt. Velen geloven in de Opstanding van Christus, maar … niet in het vervolg. Deze dwaling handhaaft zich tot op de dag van vandaag. Paulus zegt ons: “Indien wij alleen voor dit leven onze hoop op Christus gebouwd hebben, zijn we de beklagenswaardigste van alle mensen.” (1 Cor. 15: 17-22)  

Dan zijn we nog in onze zonden, dan gaan we nog verloren.

Daarom is het zo belangrijk elkaar voor te houden, wat Jezus werkelijk voor ons gedaan heeft:

Ook wij, die in Hem geloven, zullen opstaan uit de dood.
Christus wordt de “eersteling” genoemd.  Daaraan heeft God een vervolg vastgemaakt. Paulus roept ons toe: “Maar nu Christus is opgewekt uit de doden, als eersteling van hen , die ontslapen zijn.” Dit is het hart van het evangelie. Als sluitstuk van onze geschiedenis zal er een Goddelijk ingrijpen, een hemelse manifestatie zijn, die zo majestueus is, dat het boven bidden en denken zal zijn. De Redder, Jezus Christus, komt in actie.  De hele aarde schudt en beeft alsof ze dronken is. Satan verliest de comtrole over deze aarde. Het bloed van Jezus bevrijdt de schepping, maakt de mens vrij.

De dood wordt overwonnen door Jezus, onze levende Heer.

De graven springen open. Geen grafsteen kan de gelovige tegenhouden. De Heiligen (=Gods volk) komen tot leven: de ouderen het eerst, nl. zij die in Christus ontslapen zijn. En daarna …. en daarna …. totdat Gods Redding is voltooid.

Dit is Gods Waarheid.

Sommigen geloven niet in de Opstanding. Ze beweren dat de opstanding alleen geestelijk zal plaatsvinden. Maar Paulus zegt met nadruk in vs. 33: “Misleidt uzelf niet!” en: “Komt dan tot de rechte nuchterheid en zondigt niet langer, want sommigen hebben geen besef van God.” vs. 34.

De Dag des Heren is nabij. Op die dag zal de Heer afrekenen met de ongelovigen. Maar over hen, die Jezus’ Naam vrezen zal de “Zon der gerechtigheid” opgaan. Zij zullen gerecht-aardigd worden door hun geloof, dat tot uiting komt in hun leven met God.


We zijn de diepte ingegaan:De Heer verlangt naar onze geestelijke volwassenheid.                                          Amen.