“Getuigen, totdat het getal  
van God vol is.

Daniël 12 : 5 – 7 …;Amos 9: 11 – 15;
Mattheüs 22: 1 - 14; Mattheüs 24: 37-40; Lucas 17: 27 en 28; Johannes 14 : 1-3;
 Romeinen 11: 25 – 36




We zien aan de tekenen der tijden, door wat er in de wereld gebeurt, dat de tijd op zijn einde loopt. De wereld houdt daar geen rekening mee. Zij heeft zich aan deze aarde gehecht en laat zich leiden door “de overste dezer wereld”. Satan.
 “Want het zal zijn, zoals in de dagen van Noach voor de zonvloed. De mensen aten en dronken, trouwden, kregen kinderen, deden hun werk … Ze hadden het nabije einde niet in de gaten, totdat het te laat was.” (Mattheüs 24: 37-40)
“Want het zal zijn, zoals in de dagen van Lot: zij aten, zij kochten en verkochten, zij plantten en bouwden  ….” Maar zij hadden niet in de gaten dat voor God de maat van  hun zonde vol was. (Lucas 17: 27 en 28)
  
Er zijn ook veel christenen die niet inzien, hoe ver we al in deze tijd zijn. Ook zij planten en bouwen, maken meer-jaren-planning, zonder zich voor te bereiden op de spoedige komst van onze Heer en Heiland.
Iemand vroeg aan Jezus: “Heer, zijn het weinigen die behouden worden?” Jezus’ antwoord daarop was:Strijdt om in te gaan door de enge poort. Omdat u Mijn bevel bewaart hebt om  Mij te blijven verwachten, zal ook Ik u bewaren voor de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om hen te verzoeken die op de aarde wonen. Ik kom spoedig” (Lucas 13: 24; Openbaring 3:10)
Als wij werkelijk een Levend Geloof hebben en met God wandelen, zoals eens Henoch deed, dan kan het niet anders of  ons leven is doordrenkt van het wachten op de Wederkomst van Jezus, de Messias.
Tijdens onze reis naar Servië leidde de Heer mij er in het Woord steeds toe om te wijzen op de tekenen aan zon, maan en sterren: bloedrode manen tijdens de Pesach- en Loofhuttenfeesten, zonsverduistering tijdens het feest der trompetten, vorig jaar het verlichte teken op een wolk boven Israël met de Hebreeuwse letters Chai” wat LEVEN betekent.
De Geest van de Heer doet ons verlangen naar de toekomst van Zijn Koninkrijk. Hierbij vraagt de Heer ons op Daniël, de profeet uit de bijbel, te letten. Hij was een gevangene in een vreemd, geestelijk vijandig land. Hij hield zich daar vast aan zijn God, de God van Israël, door heilig te leven en zich daarom te houden aan Zijn geboden. Door zijn leven in woord en daad was hij een getuige van God, opdat  ook daar zich mensen zouden bekeren tot de Levende God.                      Hij krijgt visioenen van Gods plan met de volkeren en met Israël. Hij verlangt zo sterk dat Gods Koninkrijk zal door-breken en dat er een einde komt aan dit aardse juk, dat hij uitroept:
“Hoe lang toeft het einde nog?”
(Daniël 12: 6)
De Heer gaf hem dit als antwoord, Hij zwoer het zelfs:
“Een tijd, tijden en een halve tijd; en wanneer er een einde komt aan het verbrijzelen van de macht van het heilige volk, dan zullen al deze dingen voleindigd zijn.” (Daniël 12: 7)                                                                                                        Met het heilige volk of “het Sieraad” (Daniël 8: 9) wordt Israël bedoeld. De Heer vraagt ons, over wie het einde der tijden gekomen is, in de Heilige Geest te leven, zoals Die in Daniël was, want “welzalig hij die blijft verwachten…”
Israël werd door God weggevoerd onder de volken. Het is verstrooid en vervolgd geworden, omdat het Zijn Wegen had verlaten, Zijn Geboden had ontheiligd, aards gezind was geworden, en zo gezondigd had tegen de God, Die Zich aan hen geopenbaard had. Maar nu heeft Hij hen weer terug-gebracht, zoals Hij door Zijn profeten gesproken heeft.
Sinds 1948 bestaat het volk Israël weer. De profeet Amos zegt:
“Te dien dage zal Ik de vervallen hut van David weer oprichten. Ik zal haar herbouwen als van ouds. Ik zal een keer brengen in het lot van Mijn volk Israël. Ik zal hen planten in hun grond, en zij zullen niet meer worden uitgerukt, uit de grond die Ik hun gegeven heb.
(Amos 9: 11-15)
Dat Woord van God vindt nu plaats. Dat God Zijn volk nu heeft teruggebracht, is een teken van de eindtijd.                             
God is Zijn Feestmaal aan het bereiden. Zijn Feest zal aanbreken, wanneer Jezus terugkeert op de Olijfberg om Zijn Koningschap te vestigen en de hele wereld zal zien dat
de Verlosser uit Sion komt. Hij zal  goddeloosheden van Jacob afwenden. En dit is Mijn Verbond met hen, wanneer Ik hun zonden wegneem.” (Romeinen11: 26, 27)
Het is nu ook de tijd, dat Satan, de overste van deze wereld, het volk Israël uit alle macht probeert weg te krijgen, te vernietigen. Hij kweekt vijandschap tegen Israël en voert oorlog tegen dit volk “over de hele linie”. Hij probeert Jezus’ Wederkomst op de Olijfberg te blokkeren. Maar Gods plan is niet te stoppen. In de brief aan de Romeinen getuigt Paulus dat God eerst het heil aan de heidenen aanbiedt en dat we daarna Gods Wonder aan Zijn volk Israël zien gebeuren. Maar beiden zijn ze op weg naar het Bruiloftsfeest.                                                                       
Gods rangorde is, dat eerst de volheid uit de heidenen
tot Zijn feest genodigd worden om naar binnen te gaan. (Romeinen 11: 25) Daarom is het belangrijk om te getuigen, want de tijd dat mensen zich nog kunnen bekeren, is kort. ”Hij Die komt zal er zijn en niet op Zich laten wachten. Mijn rechtvaardige zal uit geloof leven.” 
(Hebreeën 10: 37)
                                                                                                 
Jezus vraagt zich af, of Hij bij Zijn Wederkomst, nog het geloof zal vinden. De uitnodiging is al zo lang geleden verstuurd. Christen , wanneer Hij komt, bent u dan gereed om naar Zijn Bruiloft te gaan?. Want opeens zijn er bedenkingen: eerst de eigen akker, de eigen club, enz. Er schijnt geen verlangen meer naar het Feest van de Heer. Dan klinkt Zijn Bevel:
- Ga naar de heggen en steggen, de kruispunten van de wegen. Want alle stoelen moeten bezet zijn.
De feestzaal stroomt vol met de meest  vreemde personen, zwervers, vluchtelingen, daklozen. Want  God weet wie Hij tot het feest toelaat: Zij die er naar verlangden en zij die zich ongeschikt vonden om mee aan te schuiven.
En iedereen zal het bruiloftskleed aan moeten doen: Bekleed met Christus, d.w.z. zonder enig smetje.                                                                 
"Vriend, ben je zonder bruiloftskleed naar binnen gegaan ?" vraagt de Koning aan man die het Feest niet aserieus nam.                          

Zo is het onzer opdracht te getuigen, totdat het getal van God .
vol is.
Als de volheid der heidenen is binnengegaan, zal ook gans Israël behouden worden, want dan wordt de bedekking bij hen weggenomen en dan zullen ze Jezus als hun Messias, hun Verlosser, erkennen. 
Laten wij er klaar voor staan om de laatste schatten der duisternis binnen te brengen, zodat het Feest kan beginnen
..