“Heer,

          versterk ons geloof                    in deze tijd.”

 
Daniel 34: 17-27;  Jesaja 52: 7-10. Jesaja 61: 1-5; Mattheüs 21: 14 – 16;
Lucas  10; 21 - 24; Johannes 14: 15 – 22.  
 
Op 3 januari – 2016 werd er in een gemeente gesproken wat de toekomst van deze kerk zou zijn in deze plaats en er werd gebeden om woorden of beelden door de Heilige Geest.
Toen gaf de Heer mij een beeld over de toekomst, dat ik op Zijn tijd mag uitspreken, wanneer er oren zijn die horen, wat de Geest tot hen spreekt.
Vele christenen willen positieve woorden of beelden horen. Velen houden van prosperity, van woorden van voorspoed. Dat ervoer ik in de Geest. Maar de Heer gaf mij een beeld van een ander toekomst. Ik zag dat de wereld in vuur en vlam zou komen te staan. Petrus spreekt er ook van: “Maar de tegenwoordige hemelen  en aarde zijn als een schat weggelegd, ten vure bewaard tegen de dag van het oordeel en de  ondergang der goddeloze mensen. ( 2 Petrus 3: 7)
  Het vuur dat mij getoond werd, was zo diep en breed, dat geen mens er aan ontsnappen kon. Ieder en alles zou een prooi van de vlammen worden. Ik was er ontzet door en ik riep:
   “Heer, wie kan er dan nog gered worden?” 
Toen gaf de Heer mij dit ten  antwoord:
                  “Alleen die gelovigen, die een geloof hebben
                    als  Daniël en zijn vrienden.”

Het leven van een gelovige in onze tijd anno 2016 is niet gemakkelijk. Ook nu hebben we te maken met een wereldbeheerser, zoals Nebukadnezar, die over de hele wereld regeerde en die onvoorwaar-delijk gehoorzaamd moest worden. Zijn wetten en opvattingen moesten geëerbiedigd worden. Hij maakte zich tot een god die
aanbeden moest worden.
(Daniël 3: 8-12): Maar als hij te horen krijgt dat gelovige mensen niet meedoen aan zijn wetten, rituelen en religie, dan roept de vorst dezer wereld hen ter verantwoording, zodat zij konden getuigen van de hoop der heerlijkheid. (Col 1: 27). Toen zij niet voor de afgod van deze wereld wilden buigen, zouden zij een prooi van zijn vuur worden. Maar Daniëls vrienden antwoordden: “Indien onze God, die wij vereren, in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; maar zelfs indien niet – hetzij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet aan bidden.” (Daniël 3:17)
De vorst dezer wereld en zijn onderdanen kunnen dit getuigenis niet verdragen. Hun lot was bezegeld. Zij stookten het vuur nog eens extra op, zodat de gelovigen op allerlei manieren zullen worden aangevallen. Zo worden zij heftig op hun vlees aangevallen. De farao = de god van Egypte met zijn vleespotten is ook in onze tijd nog zeer actief. Waar is God, als we problemen hebben, pijn of honger lijden, als wij onze dorst niet verzadigen kunnen? Toen het volk van God door de woestijn trok en hen dit overkwam, ging het volk op God mopperen en vergat ze de wonderen en tekenen die God voor hun ogen gedaan had.
Ook ligt de afgod Amalek op de loer, die Gods volk wil vernietigen door de achterhoede aan te vallen. “Waar is nu je God op Wie je zo vertrouwd heb? Stop nu maar met je persoonlijk geloof. Wat heeft dat tot nu toe uitgewerkt?” In onze tijd worden er vele valse profeten en verlossers op ons afgestuurd door de god Amalek. Wie uit het vlees gaat leven, zal zich nog kunnen bekeren. Maar wie zondigt tegen Gods Geest is verloren. Daarom moeten we vasthouden aan Gods Geest, want ons leven en onze toekomst hangen daarvan af. Laat dat ons gebed zijn:
                               “Heer, wees ons steeds nabij met Uw Geest”
Want dit alles wat het volk Israël is overkomen, is opgetekend tot een voorbeeld en als waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is (1 Cor. 10: 11)
Dit is zeker ook het geval met Daniël en zijn medestrijders. Hun redding lag in de krachtige betekenis = het getuigenis van hun naam.
Het is goed dit diep tot ons te laten doordringen. Het is niet van belang welke namen men vanuit de wereld aan hen geeft: Beltessar, Sadrach, Mesach, Abednego, maar om de namen die van Gods wege aan hen gegeven en in hun hart geschreven zijn. Ik moest hierbij ook denken aan Openbaring 2 : 17, waar staat : “En Ik zal hem, die overwint een witte steen geven en op die steen een nieuwe naam geschreven, welke niemand weet, dan wie hem ontvangt.”
 De witte steen symboliseerde de onschuld van de beklaagde. In het geval van de overwinnaars te Pergamum gaat het om het feit dat zij zich afzijdig hadden gehouden van de afgoderij en hoererij die daar werden bedreven (2:14). Als beloning voor hun trouw — het consequent afwijzen van deze onheilige vermenging met een afgodische wereld — worden zij en wij door Christus Zelf vrijgepleit en rein en heilig verklaard. Daarom was van Gods wege deze namen op hen geschreven:                          
     Daniël                                                   =                         God is mijn Rechter.
     Chananja                                             =                         De Heer is Genadig.
     Misaël                                                  =                         Wie is als God !!!
     Azarja                                                  =                          De Heer is mijn Helper.    

Dit waren de geheimen die zij meedroegen in hun  leven. En hoe de situatie of hun beproevingen ook waren, zij hadden in alles hun vertrouwen op God gesteld. En dat was niet tevergeefs, want Hij was hun Rechter en Redder; Jezus was hun Verlosser, over de hele linie, met ongekende kracht. “Wie is als Hij ?”  klinkt het verbaasd om ons heen.
Zo wil Hij onze Redder zijn. Ons geloof in Hem wil Hij versterken. Hij weet dat wij in de tijd waarin wij leven, een krachtig geloof nodig hebben, zodat wij niet zullen wankelen. Door het geloof in Jezus, Die alle macht heeft in de hemel en op de aarde, zal bij Zijn volgelingen geen schrammetje, geen reuk van deze wereld in brand, kunnen stand
houden.
Van de Here Jezus zegt Jesaja: “De Geest des Heren is op Mij, omdat de Here Mij gezalfd heeft.”  Het is opmerkelijk dat Jesaja zo met zijn profetie over Jezus, de Messias, begint. Voordat hij iets zegt over de werken die Jezus zal doen, wordt de relatie met Zijn Vader aangegeven. Door zo met Zijn Vader verbonden te zijn, kan Jezus Zijn Opdrachten uitvoeren. Hij zal de Redder van Zijn volk zijn, omdat Hij één is met Zijn Vader, één in de Kracht van de Almachtige. Daarom kon de Satan Hem ook geen kwaad doen, hoe vurig de tegenstand ook was. Hij ging ongestoord door met Gods Reddingsplan, Gods Liefde voor de mens, uit te voeren, door allen die tot Hem kwamen, te genezen, wat voor ziekte ze ook hadden, door doden op te wekken, door mensen te bevrijden, door het Koninkrijk van God, dat zal komen, duidelijk aan de mensen te openbaren. Jezus liet zien:
      “De Vader en Ik zijn één” Johannes 
10:30      “De Vader is altijd met Mij"  Johannesd16: 32
Zo wil Jezus de mens die in Hem gelooft, verbinden aan Zijn Naam,
Zijn Naam mag mijn leven zijn,
Zijn Geest mag mijn kracht zijn.
Zijn Woord mag mijn voedsel zijn. 

Mijn gebed is dat Jezus in mijn en jouw leven de Naam boven alle namen zal zijn. Ik bid dat wij weer zullen ervaren dat er kracht is in Zijn Naam, omdat Hij gezegd heeft in Zijn Woord:  “Indien jullie in Mij blijven en Mijn Woorden in jullie blijven, vraagt wat je maar wilt, en het zal jullie geworden. Hierin is Mijn Vader verheerlijkt, dat jullie veel vrucht dragen en jullie zullen Mijn discipelen zijn.”   

Johannes 15: 7 en 8.
                                                                                   

Here Jezus, versterkt u mijn geloof. Laat ik door Uw Geest Uw stempel dragen. Laat ik, laat Uw Gemeente, weer gaan leven uit de Kracht van Uw Naam, zodat Uw volk veel vrucht zal dragen.
Versterk ons geloof, zodat de aanklager van Uw volk niets aan ons heeft.
                   MAAK MIJ / ONS  -DWARS DOOR UW VUUR –  REIN EN PUUR
In Jezus’ Naam.