“Hij Die was, en Die is,
                   en Die komt .”10
             
                                        Genesis 1: 26, 27; Daniël 3, 5, 6; Jesaja 48: 12, 13; Johannes 1: 1-6 en 8: 51-58;  Handelingen 1: 10, 11; 1 Thessalonicenzen 4: 13-18, Openbaring 1: 5b - 8.  
 
Op “Stille Zaterdag” stonden we stil bij het geweldig plan dat God, de Schepper, met de mens en zijn wereld heeft. Ik kreeg hierbij het woord  “Levenslijn” in mijn gedachten.   Ik kreeg daarbij het beeld van een draad die ergens in Zijn Hand begonnen was en steeds verder ontrold werd, met de Woorden: “Mijn Levenslijn kan nooit gebroken (verbroken) worden.”
Direct moest ik hierbij denken aan Genesis 1, waar we lezen:
                 

                     “Laat Ons mensen maken naar Ons beeld en Onze gelijkenis”

 
Hij verlangde er naar met de mens, man en vrouw, om te gaan, te wandelen in Zijn Paradijs, met elkaar gedachten en gevoelens te delen. Dat is het plan van God, de Almachtige, waarbij het vaststaat dat Zijn Plan nooit afgebroken kan worden.
De mens mag en kan wandelen met God als hij Gods Beeld vertoont. In Hem staat ook zijn leven vast                              
Maar toen kwam Satan en hij fluisterde de mens in te zondigen tegen Gods Opdracht en toen dat gebeurd was, leek Gods Levenslijn met de mens door de zonde gebroken.

Maar vanwege Gods Wezen is het onmogelijk dat dit realiteit wordt. Hij startte Zijn Reddingsplan in drie fasen:
A – Hij Die Was.
Ook na de zondeval toonde God, de Almachtige, Zich de Levende God.  “Zijn ogen gaan over de gehele aarde om krachtig bij te staan hen, wier hart volkomen naar Hem uitgaat.” (2 Kron. 16: 9) Hij deed dat vanaf het allereerste begin, want “het Woord is vlees, mens, geworden en het heeft onder ons gewoond.” De Here God toonde Zijn Levenskracht aan de mensen die in Hem geloofden, in Hem alleen.
Het Oude Testament geeft daar voorbeelden van:
-Henoch wandelde met God en hij was niet meer, want God had hem thuis gebracht.
–Mozes werd door God geroepen. Hij luisterde naar Diens roepstem en hij ontving water en olie uit de rots (psalm 81: 17) en voedsel op het land. Hij werd priester voor Israël, Gods volk.
Ook toen Israël ontrouw geworden was aan zijn God, vreemde goden ging dienen en door God naar Babel in ballingschap gestuurd was, open-baarde de Heer Zich aan wie Hem ernstig zoeken: God openbaarde Zich als Redder voor wie daadwerkelijk in Hem gelooft.
Ik werd ontroerd door het geloof van 4 Joodse mannen, die de Heer, hun God, trouw bleven, ondanks de vijandschap in de wereld. In Daniël 3 lezen we over Sadrach, Mesach en Abednego. Zij weigerden te buigen voor het gouden beeld dat de vorst van deze eeuw had opgericht. Hun antwoord aan de koning was: -Indien onze God, Die wij vereren in staat is ons te bevrijden, dan zal Hij ons uit de brandende vuuroven, en uit uw macht, o koning, bevrijden; maar zelfs indien niet – het zij u bekend, o koning, dat wij uw goden niet vereren, en het gouden beeld dat u hebt opgericht, niet vereren.
Wat een belijdenis. Dit is mijn belijdenis in Jezus’ Naam. 
Wat een kracht gaat er van uit: - De engel des Heren legert Zich rondom wie Hem vrezen ! (psalm 34: 8) Deze drie mannen werden in het heetst van de strijd bijgestaan door de Engel des Heren, de Geest van Hem die was, Jezus. De machthebbers van deze wereld moesten erkennen, dat het vuur geen macht had gehad over hun lichamen, dat hun hoofdhaar niet geschroeid was, dat hun mantels ongeschonden waren gebleven, dat er zelfs geen brandlucht aan hen gekomen was. (Daniël 3: 37)
B - Zijn Naam is: Hij Die was, en Die is  Want Gods Levenslijn met Zijn kinderen kan niet verbroken worden, want Hij wil en zal tot Zijn Einddoel komen. In deze tijd zijn er vele voorwerpen of personen (profeten en messiassen) die vereerd worden. Het is als in de tijd van koning Belsassar  (Daniël 5) Gods Tempel wordt leeggehaald en via Zijn geheiligde voorwerpen worden allerlei afgoden verheerlijkt, soms rechtstreeks, soms bedekt, totdat ook in onze tijd zal klinken: “Mene, mene, tekel, ufarsin.” = Gewogen, gewogen, te licht bevonden. Want Gods Koninkrijk zal gebouwd worden, maar de machten der duisternis zullen met hun aanhangers te gronde gaan.
Want dan verschijnt Daniël op Gods toneel. Zijn naam betekent: God spreekt recht! Zijn leven verwijst naar de Rechtvaardige, Hij, Die is.
Daniël liet zich niet afbrengen in woord noch in  daad van zijn God, de God van Abraham, Izaàk en Jacob. Hij was Hem geheel toegewijd.
De vijand ging met Daniël de strijd aan, een gevecht op leven en dood. Hem werd verboden gedurende 30 dagen tot God te bidden, Hem te raadplegen, bij Hem zijn hart uit te storten. Hij moest de machthebbers van deze aarde meer gehoorzaam zijn, dan zijn God. Maar zijn hart was aan zijn God verkleefd.
Hij kon de regeerders van deze wereld niet gehoorzamen. Dat betekende voor Daniël  dat men hem voorgoed wilde uitschakelen: men wierp hem in de leeuwenkuil. Maar in de meest bedreigende situaties zendt God Zijn engel, zodat u en ik, die God volhardend dienen, van de muil van de verscheurende dieren bevrijd worden. God, de Vader, zond Zijn Redder, Zijn Verlosser, Zijn Bevrijder, Zijn eniggeboren Zoon Jezus Christus, opdat wie in Hem gelooft, niet verloren ga, maar eeuwig zal leven. God Zelf gaf in Zijn Zoon Zijn Leven aan ons, opdat wij voor altijd met Hem verzoend kunnen zijn.
Het Kruis is Gods Kruispunt
met de Mens.
Daarom vieren we het avondmaal, het Paasfeest, als een doorbraak, een bevrijdingsfeest van Gods wege.
C. -  God, de Vader, zal Zijn Plan voltooien voor wie gelooft.
Hij is immers de Alpha en de Omega.

De tijd nadert dat de Heer ons komt ophalen door Zijn engelen en dat wie in Christus gestorven is, zullen leven. Het feest met het Paaslam zal dan groter zijn, dan dat we ons ooit hebben kunnen voorstellen. Dan beseffen we meer dan ooit, dat noch dood noch leven, noch engelen noch machten,noch heden noch toekomst, noch krachten, noch hoogten noch diepten, noch enig ander schepsel ons zal kunnen scheiden van de Liefde Gods, wanneer Hij Die was en is, gekomen is.