“Hij is de  Goede Herder.”

Psalm 23,Psalm 80; Jesaja 40: 1-11;
Jesaja 5: 20; Jesaja; 11: 1-9; Jesaja 55; Ezechiël 34;
Mattheüs 24: 3-5; Mattheüs: 25: 31-46;
Johannes 7: 37-39; Joh.8:12; Joh. 10: 1-21;  Joh. 10: 27-29; 1 Petrus 5: 2; Openbaring 7: 13-17.

Wij hebben zojuist psalm 23 gelezen: “De Heer is mijn Herder.” Hierbij staat vermeld “Een psalm van David.” Van David wordt in de bijbel gezegd, dat hij een profeet is. Een profetie wordt aan het volk van God gegeven om hen te bemoedigen, te vertroosten of te vermanen. (I Corinthe 14:3) Daarbij kan ook de toekomst, door Gods ogen gezien, geopenbaard worden. 
Dit is dus een profetische psalm met verschillende verdiepingen. 


* Bij de deur, in de hal, ontmoet je elkaar heel persoonlijk. Jezus zegt: "Ik ben de deur" David heeft een persoonlijke omgang met zijn God door de Heilige Geest. Hij belijdt: "Ik vertrouw op de Here, mijn God, met mijn ganse hart. Omdat ik Zijn schaap ben, zal Hij over mij waken. Hij zal in al mijn behoefte voorzien. Hij leidt mij, zodat ik in Zijn Vrede, Zijn Shalom, zal zijn, waar ik ook ga of sta. Ik kom niet onder de indruk van de omstandigheden, omdat ik weet: -MIJN GOD HEERST. HIJ DOET ALLE DINGEN MEDEWERKEN TEN GOEDE, OMDAT IK HEM VOLG !"
* Maar dan staat hem in deze psalm Israël voor ogen. Dat is de volgende zaal: De getuigen rondom hem Hij behoort tot Gods volk. Jaweh heeft getoont dat Hij getrouw is en Zijn Beloftes aan Abraham en zijn nageslacht ook volmaakt uitvoert.                             
Jozef werd door God gebruikt om de kinderen van Israël te redden. Zijn naam betekent ”Moge God toevoegen.” In Egypte heeft God Zijn kudde gevormd. Egypte was a.h.w. een vreemde schaapskooi voor het volk des Heren. De Heer heeft Zijn volk, de schapen van Zijn hand (psalm 95: 7 en ps.100) door machtige tekenen en wonderen uitgeleid. Aan het volk toonde Hij, dat Hij de Goede Herder was. Hij toonde hen dat Hij voorzag in al wat zij nodig hadden.: Mij ontbreekt niets. Tijdens deze tocht door de woestijn – 40 jaar lang -  ontbrak het de Israëlieten aan niets. Hun kleren versleten niet, evenmin hun schoenen. Zij kregen manna, kwakkels en water van de Heer.     
 Hij hield hen voortdurend hun toekomst voor ogen, De toekomst die God hen beloofd had, moest hen bemoedigen: Hij doet mij neder liggen in grazige weiden, in het land vloeiende van melk en honing. Dit is het beloofde land.  Mozes was de herder, die door God was aangesteld om het volk hierheen te leiden. Als attributen van zijn herderschap had hij een stok en een staf ontvangen.

Door de stok mocht Mozes het volk tonen, dat de Heer zijn kudde zal beschermen tegen mens en dier. De staf, een lange, rechte staaf, is het symbool, dat God de weg baant.  “Zelfs al ga ik door een dal van diepe duisternis, ik vrees geen kwaad, want gij zijt bij mij. Uw stok en uw staf die vertroosten mij.” De staf werd door Mozes en/of Aäron omhoog geheven,

  • Tijdens de plagen over Egypte. Eerst lijkt het alsof het volk mee moet lijden met de dingen die over de wereld komen. Maar vanaf de vierder plaag maakt God scheiding tussen Israël, Zijn volk, en Egypte, Zijn vijand. "Want in de wereld lijdt gij verdrukking. Maar houdt goede moed± `Ik heb de wereld overwonnen" 
  • toen er een weg door de zee gebaand moest worden.* toen de vijand de weg die de Heer met  Zijn volk wilde gaan, probeerde af te snijden en Gods beloften      

        aan zijn kinderen wilde uitschakelen (o.a.via Amalek),
    * toen er gebrek aan water (Levend) water ontstond en Mozes met  zijn staf op de rots sloeg.


    Wanneer het volk op zijn God vertrouwt en het luistert naar Zijn Stem, dan zal geen blokkade blijven bestaan, dan zal geen vijand kunnen stand houden, dan zal geen menselijke nood een hindernis kunnen zijn, om wat God beloofd heeft ook daadwerkelijk in ontvangst te nemen.
    Zo leerde de Heer Zijn volk dat Hij hun God, hun Leidsman ten leve wilde zijn. Hij wilde een relatie met Zijn kinderen, de schapen Zijner hand. Ze zagen Zijn Liefde, Zijn Trouw. Hij toonde hun dat er geen God was buiten Hem en dat het enige wat Hij van hen vroeg was: “Heb de Here,  je God, lief met heel je hart, heel je ziel, met al je verstand en uit al je kracht en je naaste als jezelf."

    De Heer wil, dat Zijn schapen uit Zijn Genade en in Zijn Waarheid zullen leven.

     

    Maar het is verdrietig om te zien dat het volk zich liever zijn eigen goden maakte. Zij sleepten hun eigen materiaal aan, maakten daarvan hun god en aanbaden hun eigen maaksel.
    Het volk was wel religieus, ook toen het in het Beloofde Land woonde. Er werd wat afgeofferd aan allerlei goden ! Iedere vreemde god werd omarmd, maar de vreze des Heren voor Jaweh verdween. Daarom kreeg het geen rust. Het kon niet in de Rust van hun Herder ingaan. Het dwaalde als schapen zonder herder.                                                                                                                                          N.B. Dat is hun overkomen tot een voorbeeld voor ons en tot een waarschuwing voor ons, over wie het einde der eeuwen gekomen is.   (1 Cor. 10: 11)

    * Nu komt het de volgende profetische ruimte in deze psalm aan de orde: 
    “Hij voert mij aan rustige wateren. Hij verkwikt mijn ziel. Hij leidt mij in rechte sporen om Zijns Naams wil." David spreekt nu over Jezus, de Zoon van David, in deze psalm. Hij is gekomen naar Zijn Volk, om de verloren schapen van Israël weer terug te voeren tot hun God, zodat zij van alle zijden vrede zullen hebben en in gerustheid kunnen wonen. “O, alle dorstigen, komt tot de wateren, en gij die geen geld hebt, komt, koopt en eet; ja koopt zonder geld en zonder prijs wijn en melk.” (Jesaja 55: 1)   Jezus riep op de laatste dag van het Loofhuttenfeest, waarop men ook de komst van de Messias verwachtte: “Indien iemand dorst heeft, hij kome tot Mij en drinke ! Wie in Mij gelooft, gelijk de Schrift zegt, stromen van Levend Water zullen uit zijn binnenste vloeien.”
    (Johannes 7: 17 en 18)
    Mozes getuigt van Hem die komen zou, Jezus Hij hield ook Zijn Staf in Zijn Hand:

    *om de Weg ten eeuwige Leven te banen voor wie in Hem gelooft,
    * om de vijanden van Gods Toekomst voor Zijn Volk, te overwinnen
    .  Ezechiël  profeteerde: “Wee de herders van Israël, die zichzelf weiden”
    *om Zijn schapen van alle gaven, die zij nodig hebben te voorzien.


    Jezus getuigt van Zichzelf: Ik Ben de Goede Herder I!    

    De Goede Herder zet Zijn Leven in voor Zijn  schapen.                               

     

    Hij is niet gekomen om te heersen, maar om te dienen. Jezus zet Zijn Leven in voor Zijn Schapen. Wie Hem als zijn / haar Herder erkent, wordt door Hem gekend. Hij kent de Zijnen en Zijn schapen herkennen Zijn Stem en worden zo door Hem geleid. Een huurling, een valse herder, herken je zo: 
                         “De schapen weidt gij niet; het zwakke versterkt gij niet; 
                          de zieken geneest gij niet; wie is afgedwaald, haalt gij niet terug;
                          de verlorenen zoekt gij niet; gij heerst met hardheid en geweldenarij.”
    (Ezechiël 34: 4)

    Ook de gelovigen uit de volken worden door de:Goede Herder hun plaats gewezen: “Nog andere schapen  heb ik, die niet van deze stal zijn; ook die moet Ik leiden en zij zullen naar Mijn Stem horen en het zal worden één kudde, één Herder.” Johannes 10: 16
    Zij zijn als kinderen, die dicht bij Hem willen blijven, en weten dat Zijn Zegen hen kracht geeft, hen beschermt en waakt over hun “GELOVIG ZIJN ALS EEN KIND”.
    Want: “Ziet toe, dat niemand u verleide. Want velen zullen komen onder Mijn Naam en zeggen: -Ik ben de Christus, de Gezalfde en zij zullen velen verleiden.” Mattheüs 24: 5 Daarom is een goede relatie met de Herder Jezus Christus van LEVENSBELANG

    • Nu volgt de afsluiting, de sleutel,  van deze psalm:

    “Want zo zegt zo zegt de Here Here: - Zie Ik zal Zelf naar Mijn schapen vragen….en ze redden uit alle plaatsen waar zij verstrooid zijn geraakt ….. En Ik zal ze midden uit de volken doen uittrekken, uit de landen bijeenvergaderen en ze naar hun eigen land brengen….En zij zullen weten dat Ik de Here ben, wanneer Ik …..” (Ezechiël 34:: 11 – 31)  Want Jezus komt terug om als Zoon van David te regeren over Israël, Zijn Volk: “Gij richt voor mij een dis aan voor de ogen van wie mij benauwen.” Jezus zal Koning zijn in het Duizendjarig Rijk . Jesaja 40: 7-9.                                  “Gij zalft mijn hoofd met olie, mijn beker vloeit over.”                 In deze eindtijd wordt gans Israël bekeerd, vervuld met de Heilige Geest en zal het Heil voor de wereld vanuit Sion verkondigd worden, zodat Gods Plan ten volle wordt vervuld. Wie gelooft, zal behouden worden, wie niet gelooft in Gods Redding door Jezus, Zijn Zoon, zal verloren gaan. Want de aarde zal vol zijn van Gods heerlijkheid en het Lam
     zal Zijn kudde weiden


                                                   Amen .