Hoop op Jezus Christus,             een anker voor de ziel. 
Psalm 130; Marcus 4: 3-20; Johannes 16: 16-22; Romeinen 8: 18-30; 
             2  Corinthiërs 4: 16-18;  Hebreeën 6: 9-20; 1 Petrus 1: 3-5;  1 Johannes 2: 28 – 3: 6.


Soms zijn er dingen die je hart raken, uitspraken die je met je meedraagt, die opeens weer bij je naar boven komen.
Het gebeurde dat ik – lang geleden - een regel in een gedicht van een bekende dichteres las, die ik bewust of onbewust vast bleef houden:
Mensen vallen naar beneden, engelen vallen naar boven.”
Waarheen we vallen heeft met aantrekkingskracht te maken. Mensen worden vaak door aardse dingen aangetrokken. Maar wanneer Jezus Heer geworden is van ons leven, dan zal ook de aantrekkingskracht moeten veranderen en zullen we meer en meer “aan engelen gelijk” worden.. Engelen zijn “van boven”. Jezus is “van boven”. De hemel mag in een oprecht kind van God ook zichtbaar worden door de Kracht van de Heilige Geest. Jezus zei, toen Hij het over de eindtijd had:  “De Hemel en aarde zullen voorbijgaan. Maar Mijn Woorden zullen niet voorbijgaan.”
(Marcus 13:31).
Paulus spreekt ook in zijn brieven over, dat wat niet voorbijgaat:

                                                   “Zo blijven dan geloof, hoop en liefde; deze drie.”

We zullen het nu over onze hoop hebben, waarvan in de bijbel staat dat die “een anker voor de ziel” mag zijn.
Mensen die zonder Jezus leven, hebben geen anker. Zonder Hem wordt je heen en weer geworpen van de ene opinie naar de andere, van de ene meester naar de andere. Wie naar Jezus komt, zoekt naar vastheid in zijn of haar leven. Daarom gaan we naar de gemeente,
bezoeken we samenkomsten. Jezus Zelf nodigt ons uit:
“Kom tot Mij, allen, die vermoeid en belast zijt, en Ik zal u rust geven. Neemt Mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart, en gij zult rust vinden voor uw zielen, want Mijn juk is zacht en Mijn last is licht.” (Matth. 11: 28-30).
Zo predikt Jezus:
“Bekeert u, want het Koninkrijk der hemelen is nabij gekomen. Het staat voor de deur.”
Van allerlei kanten en uit vele landen zijn de mensen naar Jezus toege-komen. Onderweg hebben ze vele lofliederen gezongen. Maar nu is de tijd aangebroken om naar Zijn Preek te luisteren.
Hij is in een vissersboot gestapt, voor een goed contact met Zijn kerk.
Dan begint Jezus te spreken over het Koninkrijk der hemelen en “Wie in Mij en Mijn Woord gelooft, gaat een hoopvolle toekomst tegemoet: het eeuwige leven.” Vervolgens beschrijft Jezus de weg naar een hoopvolle toekomst en de gevaren die er zich voordoen, zodat God niet tot Zijn doel met zijn mensen kan komen.
“Een zaaier ging uit om te zaaien. Jezus is de Zaaier.”
Marcus 4: 3-20.                                                                                                                 * Er zijn mensen naar Jezus geko-men, die –zodra Hij gaat spreken - in slaap vallen. Het Woord dat Jezus wil doorgeven, wordt niet belangrijk geacht. Ook zijn er mensen, die - zodra Hij gaat spreken – zich afsluiten voor Zijn Woord, omdat zij willen leven naar de letter, bv. de leer waarin ze opgevoed zijn, en niet naar de Geest die de mens vernieuwt.                                                                               Het Woord valt langs de weg, op de stenen.
De mens sluit zichzelf af voor een hoopvolle toekomst.


* Een deel van het zaad valt op rotsachtige bodem. Hoe diep kan het Levende Woord van Jezus doordringen in het hart van de mensen, die naar Hem komen luisteren? Hoe diep gaat het contact tussen Jezus en
mij? Jezus is de Zender en ik ben de ontvanger. Hoe het Woord ontvangen wordt, komt voor rekening van de ontvanger. De mensen hier luisteren naar het Woord: het wordt echt ontvangen. Op dat moment zijn ze geen schijnchristenen.                                                                                                 Maar wat gebeurt er als er beproevingen plaats vinden; als er verdrukking of vervolging komt ter wille van het Woord? In deze tijd leven we. Er komen vele vluchtelingen naar het z.g. Christelijke Europa. Opeens blijkt het dat meer christenen een geloof hebben met hun wortels aan de oppervlakte. Dat zijn er meer dan dat  we ooit beseft hadden. Ze passen hun gebedshuizen aan, zodat de onbekeerden en afgodendienaars er zich thuis zullen voelen.                                                                 Dan sluit “de gelovige mens” zich af van een hoopvolle toekomst.

Maar de Heer wil dat wij juist voor deze tijd diepe wortels in Hem hebben, dat Jezus’ Woord voor ons een anker van de ziel is. Als we ons aan Jezus als onze Redder hebben overgegeven en onze hoop op Hem is, Die komen zal, dan zullen we niet heen en weer geslingerd kunnen worden.

* Waaraan of aan wie heb ik mijn hart verpand. Geven we aan de omstandigheden de ruimte om ons te overwoekeren?
 Raken we door zorgen voor …....(vult u maar in), of het verlangen naar rijkdom, of aanzien,  ons uitzicht op de hoop van Jezus’ beloften  kwijt?

Heer, bewaar mijn ziel hiervoor. Ik zie uit naar een hoopvolle toekomst met U. Het gebed, de Zegen, reinigt de ziel.
 
De Heer heeft Zijn Woord aan ons gegeven. Wij accepteren niet langer dat Zijn Woord - door welke omstandigheid dan ook- krachteloos gemaakt wordt. Wij willen dat Zijn Woord vrucht zal dragen. We zien uit naar de hoopvolle toekomst die Hij beloofd heeft: “Ik verwacht de Here, mijn ziel verwacht en ik hoop op Zijn Woord; mijn ziel wacht op de Here, meer dan wachters op de morgen, wachters op de morgen”
(Psalm 130: 5 en 6}
Er zijn beloftes van God aan ons gegeven. Elke belofte die Zijn Naam zal verheerlijken, zal in vervulling gaan. Hij wil jou en mij maken tot een besproeide hof, vol van Zijn Leven. Zijn Woord maakt ons vruchtbaar. “Wie is dan de trouwe en verstandige rentmeester, die de Heer over Zijn bedienden zal stellen om hun op tijd hun deel te geven? Zalig ben jij die de Heer bij Zijn Komst zo bezig zal vinden.” (Lucas 12: 42,43)  We zijn op weg naar de Wederkomst van Jezus, de Messias. De wereld zal dan nog meer in radeloze angst zijn, dan nu. Maar wie in Hem gelooft, en diep in Hem geworteld is, zal reikhalzend uitzien naar Zijn Verschijning.  “Want ik ben er zeker van dat het lijden van de tegenwoordige tijd, niet opweegt tegen de heerlijkheid, die over ons geopenbaard zal worden.”
      (Rom. 8:n 18 .)
                                                                                                                        
We moeten in Christus blijven, zoals we van den beginne gehoord hebben.
“En dit is de belofte, die Hij ons beloofd heeft:                             
                              HET EEUWIGE LEVEN.
  

 Deze belofte is dicht bij zijn vervulling. In dit jaar 2015 hebben we tijdens het Joodse Nieuwjaar Rosh Hasjanna een zonsverduistering meegemaakt. Tijdens het Loofhuttenfeest was er een bloedrode maan te zien, boven Jeruzalem. “Er zijn tekenen aan zon, maan en sterren” is er geschreven.               Op 12 oktober van dit jaar 2015 vond er nog een bijzonder teken plaats: óp een wolk boven Israël waren deze fél verlichte letters te zien: CHET en YOD, wat samen LEVEN betekent

We mogen werken zolang het dag is. Maar ondertussen groeit het verlangen om Yeshua / Jezus te ontmoeten. Daarom “blijft in Hem, opdat wij, als Hij geopenbaard zal worden, vrijmoedigheid hebben en voor Hem niet beschaamd staan bij Zijn Komst.” “We mogen de hoop grijpen, die voor ons ligt. Haar hebben we als een anker der ziel, dat veilig en vast is, en dat reikt tot binnen het voorhangsel, waarheen Jezus ons is voorgegaan.”
Daar ligt het einde van onze hoop: EEN NIEUW LEVEN MET HEM !!!