JEZUS IS DE ROTS,

 
          WAAROP WIJ BOUWEN !
    



 In Mattheüs 7 staat het verhaal, waar wij ook een lied van kennen:
“Een wijs man bouwde zijn huis op een rots.”
Maar wie dwaas is bouwt zijn huis op het zand.
Bij "de wijze" is er een stevig fundament onder zijn huis aanwezig. Maar de dwaas in Gods ogen vindt het niet nodig diep te graven. Hij vindt zichzelf wel goed. Hij is ook goedgelovig.
Hij waait mee met allerlei “winden van leer".. Deze twee typen beschrijft Jezus, wanneer Hij spreekt over het binnengaan in het Koninkrijk der hemelen.
Er is feest: een groot “goddelijk” feest. Er zullen vele “godsmannen” aan  deelnemen. De een zal mooie profetieën uitspreken, een ander houdt een fantastische preek, weer een ander verricht grote wonderen van genezing enz. En bij ieder onderdeel, na iedere preek, wordt er uitbundig geklapt door de vele aanwezigen. Men hoort en ziet, wat men graag wil horen en zien. Ja, de mens is tot veel in staat op de “brede weg”.
Maar wat gebeurt er als er stormen, als er problemen, komen in het leven. Te vaak hoor ik de laatste tijd, dat mensen door teleurstellingen hun geloof verloren hebben.
 En wanneer mensen zijn gaan geloven via allerlei happenings, via bijzondere seminars, via charismatische sprekers, maar zij hebben bij zichzelf geen vaste grond laten vormen, dan is hun val groot.
Zonder Jezus te accepteren als de Enige Die kan verlossen, zonder door Hem gevormd te worden, zonder de inwoning van Zijn Geest, loopt de mens steeds weer het risico diep te vallen.
 
Want niemand komt de hemel binnen dan door Jezus alleen.
Alleen Jezus brengt mensen naar Zijn en hun Vader. Er is geen naam gegeven onder de hemel, waardoor mensen behouden kunnen worden.
Wanneer wij als gemeente, of als zendeling, mensen het Koninkrijk van God binnen willen brengen, zullen we ze moeten wijze op de smalle, heel persoonlijke weg die ze moeten gaan. We mogen ze brengen naar Jezus, hen bemoedigen in de Naam van Jezus, maar uiteindelijk zullen ze zelf moeten verlangen naar de relatie met Jezus en daaraan ook gaan werken.
Het is een privé-beslissing, wanneer je je huis op de Rots bouwt. Als Jezus je Rots is, kan je niets anders doen, dan Hem te vertrouwen, hoe de omstandigheden ook zijn.
Het is niet altijd stralend weer. Het kan flink stormen. Je kan vraagtekens hebben bij wat er in je leven gebeurt of niet gebeurt. Je begrijpt niet altijd, waarom het zo en zo plaats vindt. Maar vaak komt het begrijpen later, soms veel later.
Ik kreeg een jaar geleden een beeld, dat iemand voor een spoorwegovergang stond te wachten op een trein die passeerde met een zeer goede bekende er in. Pas deze week maakte de Heer Zijn bedoeling duidelijk.
Als persoon, maar ook als gemeente van Jezus Christus,, moet Jezus de Rots zijn, waarop we bouwen. Met Hem staan we vast en boven de omstandigheden. Dan kan de zekerheid en de Vrede in Christus niet geroofd worden. De Heer roept ons ook op in Hem te blijven, zoals Hij in ons blijft.  
“Blijf in Mij; ook als je aangevallen wordt. Want als de wereld Mij gehaat heeft, dan zal ze ook jou haten. In de wereld lijd je verdrukking. Maar houdt goede moed: -Ik heb de wereld overwonnen.”  
Dat mogen we ervaren, wanneer Jezus onze Rots is:
           Hij zal voor ons strijden en gij zult stil zijn.  
Er stak een hevige storm op, terwijl de discipelen van Jezus in hun boot over het meer voeren, in dienst van hun Heer. Zij brachten immers Jezus op die plaatsen, die Hij aanwees. Zij wisten niet, hoe zij deze zware omstandigheden het hoofd moesten bieden. Maar ze hadden Jezus aan boord. En Hij stond op en bestrafte de wind en de zee. En zijn Vrede keerde terug in het schip. En voordat zij er erg in hadden, hadden ze de plaats van hun bestemming bereikt.
Het is belangrijk bij alles ons oog op Jezus gericht te houden. Dan zijn we wel vreemdelingen op deze aarde. Dan houden we geen rekening met de wijsheid van deze aarde. Dan zijn er die ons dwaas noemen. Wij mogen ons laten vullen met “de wijsheid van boven.” Op aarde zijn we vreemdelingen, maar we mogen mede-erfgenamen van Jezus zijn en met Hem regeren in het Koninkrijk dat komt. Wij, jij en ik, zijn tempels
van de Heilige Geest, als we Jezus toebehoren. Dat mogen we ons goed realiseren. De tempel moet functioneren. Het Licht moet er branden. We mogen niet lijken op een “onbewoond huis”.  En als het Licht er brandt, is alles in de tempel, om onze God te dienen en Hem te verheerlijken. Alleen de Naam van Jezus zal verheerlijkt worden.
Soms nodigt Hij ons uit, om op de golven te lopen, zoals dat Petrus overkwam. Petrus bleef in deze –onnatuurlijke- situatie overeind, omdat hij zijn ogen op Jezus richtte en onvoorwaardelijk in Hem geloofde. Maar als wij onze ogen van Hem afwenden, meer geloof hechten aan wat wij zien en ons laten beïnvloeden door “wat men van ons zegt”, dan beginnen we te zinken.
  Dan verliezen we de vaste grond onder onze voeten.   
Ik wil eindigen met een verhaal dat ik laatst hoorde.
Er was eens een oude monnik, die iedere kerstavond een kerstlied zong. Zijn stem was niet mooi, maar hij had de Heer lief. Op zekere dag zei de abt van het klooster:
“Het spijt me, broeder, maar we hebben nu een monnik met een prachtige stem… Hij zal dit jaar op kerstavond zingen.”
En die man zong zo prachtig, dat iedereen vol lof was
Maar die nacht kwam er een engel van de Heer bij de abt. Hij vroeg: “Waarom werd er vanavond niet gezongen”. De abt antwoordde: “Er is prachtig gezongen.” Maar de engel zei verdrietig: “Wij hebben in de hemel niets gehoord.”
De oude monnik kende de Heer persoonlijk, maar de jonge man zong voor zijn eigen eer, niet tot eer van de Heer.

Op de Rots staande wordt mijn stem, mijn loflied in de hemel gehoord, want Jezus wordt er door verheerlijkt.                                                                           Amen.