JEZUS  IS  
HET  BROOD  DES  LEVENS.

(John 6: 1-19, 26-59, 67-69,-8,; Isaiah 53: 1-3 3n 10-12; Matthew 4: 4; John 21: 9-14;. 1 Corinthians 5: 8 + 10: 16-17; Colossians 2: 20 – 3: 4; Revelation 2: 17)
 

Mijn verlangen is het te spreken over wat in het hart van God, onze Vader is. Onze Vader verlangt naar een goede en gezonde oogst. Zonder goede en gezonde aarde kan er geen sprake zijn van een goede, een gezonde en rijpe oogst. Jezus zegt: “Ik ben de ware wijnstok en mijn Vader is de Landman.” Johannes 15: 1.

Een boer, die op het land werkt, ziet er niet aantrekkelijk uit. De volle aandacht valt op de opbrengst van zijn land. Als iemand of iets aan de ware wijnstok, Jezus, verbonden lijkt te zijn, maar er komt geen vrucht (meer) uit voort, dan neemt Vader, de Landman die rank  weg. Maar wanneer wij ons hart erop gezet hebben voor Hem vrucht te dragen, dan snoeit Hij ons en neemt Hij (te) zwakke delen weg, opdat wij meer vrucht dragen. Want hierin is mijn Vader verheerlijkt dat jullie veel vrucht dragen.” Johannes 15:8.
Jezus is door Zijn Vader naar de aarde gezonden om veel vrucht te dragen. “Wanneer Jezus Zichzelf ten schuldoffer gesteld zal hebben, zal Hij nakomelingen zien. Het voornemen des Heren zal door Zijn hand voortgang hebben. Door Zijn moeitevol lijden zal Hij het zien tot verzadiging toe; door Zijn kennis zal Mijn Knecht, de Rechtvaardige, velen rechtvaardig maken, en hun ongerechtigheden zal Hij dragen.” Jesaja 53: 10-12..
Net als bij Zijn Vader gaat het bij Jezus om veel vruchten. Wie discipel van Jezus wil zijn, zal dus eveneens (veel) vruchten gaan dragen. Jezus zegt: “Aan de vruchten kent men de boom.”          

Een andere overeenkomst met de Vader is, dat Jezus Zich tijdens Zijn Eerste Komst naar deze aarde niet geopenbaard heeft in Zijn Glorie en Majesteit, maar Hij was als een Zaaier die uitging om te zaaien:
 “Hij had gestalte noch luister dat wij Hem zouden hebben aangezien, noch gedaante dat wij Hem zouden hebben begeerd.” Jesaja 53: 2.
Zo is Jezus de Dienstknecht des Heren geworden.  En tegen hen die in Hem geloven, zegt Hij: “Jullie zullen Mijn discipelen zijn.” 
Johannes 15:8                                                                        Jezus was niet hoogverheven, hoewel Hij Gods Zoon was en is. Hij zat aan de tafel met tollenaars en zondaren. Alleen zo kon Hij zondaren zalig maken. Hij at met hen, zegende hen en brak het brood en deelde het uit. Ondertussen sprak Hij met hen, zaaide Zijn Woord.  
Hij sprak en handelde, zoals Zijn Vader in de hemel het Hem toonde.
Hij geloofde Zijn Vader onvoorwaardelijk.
In Johannes 6 lezen over het teken van de broden. Vader had Zijn volk in de woestijn gevoed met manna. Er was iedere dag voldoende te eten. Maar nu geeft Jezus het volk, dat naar Hem toegekomen is om Zijn Woorden te horen en Zijn Kracht te ervaren, meer dan genoeg. Er waren twaalf korven met brokken van het gerstebrood over.  
Jezus geeft meer ! Jezus is meer dan Mozes.  “De wet is door Mozes gegeven, de genade en de waarheid zijn door Jezus Christus geko-men.” 
(Joh.1:17)
Er waren 12 korven over: voor iedere stam van Israël was er meer dan genoeg.  Het volk was enthousiast over dit wonder van het brood. Het volgde Jezus, omdat het van de broden gegeten had.
Wat kunnen mensen toch meegetrokken worden door ervaringen, door wonderen, die hen even in gloed zetten , maar na verloop van tijd is het uitgedoofd. Wat niet met geloof gepaard gaat, is tijdelijk. Jezus wil door dit wonder tonen: 
             
      Het oude is voorbij gegaan, zie het NIEUWE is gekomen. 
 Het volk heeft het manna gegeten en het is gestorven. Het volk heeft de Wet ontvangen, maar het bleef zondigen en het stierf. “Niet de werken der wet zullen jullie kunnen redden, maar het geloof in Mij,” maakt Jezus duidelijk. “Het manna daalde neer als een teken, dat naar Mij verwijst.
Ik ben het Brood des Levens.

 Het natuurlijke brood stilt je honger voor een poosje, maar daarna krijg je opnieuw behoefte om te eten. Je blijft in je eigen natuurlijke situatie ronddraaien. Er zijn mensen, die naar Jezus komen om tijdelijk gevoed te worden. Na verloop van tijd zijn er weer andere aardse (tijdelijke) zaken, die Jezus voor hen moet oplossen.
Maar Jezus heeft het aardse leven, dat voorbij gaat, voor ons gekruisigd. Na Zijn Opstanding onderwijst Hij Zijn discipelen over 
                                    Het Koninkrijk der hemelen.

Hij wil dat we gaan leven uit geloof in Hem die de dood overwonnen heeft. Dat geloof zal sterker moeten zijn, dan dat wat wij met onze zintuigen zien of ervaren. Het geloof in Jezus, als onze Verlosser, zal ons kracht geven om te leven als V E R L O S T E N . Jezus zegt: 
“Ik ben het Levende Brood dat uit de hemel nedergedaald is. Indien iemand van dit brood eet, zal hij in eeuwigheid leven; en het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees voor het leven der wereld.” ”Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven en Ik zal hem opwekken ten jongste dage.” (Joh.6:48-55)
Voor een “natuurlijk mens” is het moeilijk te leven “uit geloof”. Als je leeft uit het geloof, laat je je voeden door het Levende Brood, dat in de bijbel ook wel “het verborgen manna” wordt genoemd. Voor de wereld is de kracht van God door Jezus Christus verborgen. Zij ziet het niet; zij verstaat het niet.
De gelovige is echter overgezet in het Koninkrijk van de Zoon van Gods Liefde.” (Colossenzen 1: 13) 
Door van het Levende Brood te eten – en ervan te blijven eten – ben ik in een nieuwe, hemelse situatie beland. Dan heb ik niet meer de controle over mijn leven, want ik heb mijn leven overgegeven aan Hem, die mijn Broodheer, Die mijn leven, is. 
In Christus ben ik als mens wel belangrijk, want Hij maakte mij tot een ander mens. Aan gewilde nederigheid wil ik niet mee doen, want daarvoor was Zijn Offer voor mij te groot.
Maar door geloof in Jezus is mijn levensstijl totaal veranderd. Door geloof beland je in een avontuur, waarvan alleen het eindpunt zichtbaar is. In Hem blijven betekent dat ik afgestemd moet blijven op Zijn Geest, Zijn aanwijzingen. Jezus zegt ons: “Wacht u voor de zuurdesem der farizeeën en der Sadduceeën. (Mattheüs 16: 6)
De Sadduceeën houden geen rekening met de Kracht Gods. Er zijn christenen die te weinig rekening houden met de Kracht Gods. Zij richten zich op de aarde en de dingen die voorbij gaan, met daarover een religieus sausje.
De Farizeeën stellen het op prijs belangrijk gevonden te worden. Zij voelen zich op hun gemak als men hen met respect “als godsmannen” behandelt. Zij leggen mensen zware lasten /wetten op. Zij noemen iets “ als van God”, terwijl het onbijbels is. Zij komen met hun wijsheden via seminairs ed., waardoor zij (willen) bedekken wat in hun hart leeft, maar: ……  vooral wat in het hart van God leeft.
Maar: “Gij geheel anders! Gij hebt Christus leren kennen.”    
  Wij hebben een nieuw Brood ontvang, dat ongezuurd is: puur, rein en vervuld met Zijn waarheid. Jezus waarschuwt ons: “Blijf in Mij, blijf in Mijn Liefde” Haal het oude zuurdeeg niet meer  op. Wijs ieder vals zaad, ieder vals brood, het dolik, af. Neem geen deel aan onheilige praktijken.
Jezus wil dat Zijn Brood uitgedeeld wordt. Eerst gaf Hij Zichzelf. Maar nu zegt Hij: “Jullie zijn Mijn discipelen. Deel het Leven uit!” Dan kan het zijn, dat we opeens moeten stoppen met ons programma. Wij kunnen goede plannen maken, maar Zijn Plan is het beste. Ik kreeg laatst een beeld van een man, die er als een zwerver eruit zag, en die de kerk binnen kwam lopen. Hij had brood bij zich, dat hij wilde uitdelen. Maar men was zo druk bezig met het eigen programma voor te bereiden, dat men “de man met zijn brood” wegstuurde. Jezus wil met zijn discipelen maaltijd houden, zeker nu de tijd al zo ver gevorderd is. Hij wil dat het zichtbare manna zijn plaats afstaat aan het “onzichtbare manna”.  Laat de kracht van Jezus, het hemelse manna, ons meer en meer (ver)vullen.             Amen.
    

  N.B. Door overal een graantje van mee te pikken, laten we het ware Brood liggen.