Jezus noemt ons Zijn vrienden.      
Hoe is – als Christen – onze verhouding tot God ?
Jezus zegt tegen Zijn discipelen:

“Ik noem u niet meer slaven, want de slaaf weet niet wat zijn Heer doet.” 
(Joh. 15: 15)
                                                                                     
  Het is dus mogelijk dat een volgeling van Jezus op slaafse wijze zijn Heer volgt. Je moet de leiding gehoorzamen, zonder te begrijpen waarom. Je kan opzien naar een “gezalfde” en alles aanvaarden, wat hij leert, zonder te onderzoeken of het wel “uit God is”. Door slaafs te geloven kan de christen van zijn Heiland vervreemden. Dan krijgen ook valse profeten en valse messiassen de ruimte. Dan ontstaat er verdeeldheid binnen het Lichaam van Christus.  Dat is niet de wil van Jezus, maar het gebeurt wel in deze eindtijd.
·       Jezus zegt: “Ik heb u vrienden genoemd, omdat Ik alles wat Ik van mijn Vader gehoord heb, u hebt bekend gemaakt”   
(Joh. 15: 15)                                                                                                                                 
Een goede vriend is iemand, waar je altijd op kan rekenen. Echte vrienden helpen elkaar en staan voor elkaar in de bres. Ze zijn zelfs bereid hun leven voor elkaar in te zetten.
                                                                                                 (Joh. 15: 13)                                                  Broeders en zusters in de Gemeente kunnen vrienden zijn. Maar dat is niet altijd het geval: vrienden of vriendinnen kies je !   Zo is dat ook vanuit Jezus naar ons toe gebeurd:                         “Niet gij hebt Mij, maar Ik heb u uitgekozen en aangewezen….” (Joh. 15: 16)
Jezus noemt ons dus “vrienden” en dat heeft Hij laten zien ook, want  “Niemand heeft grotere liefde, dan dat Hij Zijn Leven inzet voor Zijn vrienden.”
 Zo is de Liefde van Jezus: Hij zette Zijn Leven voor ons in, opdat de Vader ons alles zal geven, wat wij Hem bidden in Jezus’ Naam.
Maar Hij gebiedt hierbij ook, dat wij elkaar liefhebben (Joh. 15: 17) , en dat we 1 Corinthe 13 in praktijk zullen brengen.
 
De Heer heeft dus geroepen. God Zelf neemt het initiatief om een vriendschapsrelatie met ons te beginnen. De gelovigen worden door Paulus: “Geroepen heiligen” genoemd. (Romeinen 1: 7). Maar hoe gaan wij met deze roeping om ? Laten we eens even stil blijven staan bij mensen uit de bijbel, die mens zijn zoals wij.
* De eerste die ik wil noemen is Abraham. Hij wordt door God Zijn vriend genoemd. (Jacobus 2:23). Abraham geloofde God. Daarom beschouwde God hem als een rechtvaardig man.                                           Een goede relatie begint met: in elkaar te geloven. Abraham luisterde naar God: hij wilde zelfs zijn enig geboren zoon, Isaäc, offeren. Dat betekent dus: alles voor God overhebben en Hem door alles heen vertrouwen.
 God nam ook Abraham in vertrouwen: “De Here dacht: - Zou Ik voor Abraham verbergen, wat Ik ga doen?” (Genesis 18: 17)  Toen vertelde Hij hem: “Het geroep over Sodom en Gomorra is voorwaar groot, en haar zonde is voorwaar zeer zwaar.”  (Genesis 18: 20) De Heer vertelt Abraham wat Hij ging doen met deze steden en hun invloedsfeer. En Abraham pleitte bij de Heer voor zijn familie in die stad. Zo werd Lot gered.
Ook in deze tijd hebben mensen Woorden van de Heer ontvangen over, wat Hij gaat doen, want in deze eindtijd zijn er plaatsen als Sodom en Gomorra!
·                   Ook Mozes was een  vriend van God. In Exodus 33: 11 staat: “De Here sprak tot Mozes van aangezicht tot aangezicht, zoals iemand spreekt met zijn vriend.”  Vriendschap is wederzijds: van twee kanten wordt er over bepaalde dingen gesproken.    
De stenen tafelen waren verbrijzeld, toen Mozes zag dat het volk het gouden kalf  gemaakt had en dat aanbad. God wilde niet langer met dit volk meetrekken: een engel zou Zijn afgezant zijn. Maar Mozes, als vriend van God, wou niet zonder God verder trekken. Daarop ging de Heer wel mee, omdat Mozes Zijn vriend was, en God hem genade wilde bewijzen. Daarna kwamen er nieuwe stenen tafelen.  
* Ook David was een vriend van God. De Heer gaf dit getuigenis van David: “Ik heb David, de zoon van Isaï gevonden, een man naar Mijn hart, die al Mijn bevelen zal volbrengen. Uit zijn geslacht heeft God naar de belofte voor Israël de Heiland Jezus doen komen.(Handelingen 13: 22 en 23)                                                              
In psalm 16 geeft David zijn getuigenis over zijn relatie met God.
“Ik prijs de Heer, Die mij raad heeft gegeven.
Ik stel mij de Here bestendig voor ogen; omdat Hij aan mijn rechterhand staat, wankel ik niet. Daarom verheugt zich mijn hart en juicht mijn ziel. Zelfs mijn vlees zal in veiligheid wonen, want U geeft mijn ziel niet prijs aan het dodenrijk, noch laat Gij uw gunstgenoot de groeve zien.
Gij maakt mij het pad des levens bekend; overvloed van vreugde is voor Uw aangezicht, liefelijkheid is in Uw rechterhand, voor eeuwig.”                                
Wat een machtige getuigenis van Davids vertrouwelijke omgang met God lezen we hier ! (Psalm 16: 7-11)
·       Zo was ook Lazarus een vriend van de Zoon van God, Jezus.
Jezus, de Zoon van David, sprak over hem, toen hij al gestorven was: 
“Onze vriend Lazarus is ingeslapen, maar Ik ga daarheen, om hem uit de slaap te wekken.”  (Joh. 11: 11-15)
Daarna komt Martha Jezus tegemoet en zij zegt Hem: Here, indien U hier geweest was, zou mijn broeder niet gestorven zijn” Vervolgens laat ze Jezus merken, dat haar geloof in Hem, ondanks de droevige omstandigheden, gebleven was: “Ook nu weet ik, dat God U geven zal, al wat U van God begeert.”
Dan laat Jezus horen en zien, wat waren vriendschap met Hem inhoudt. Hij zegt tegen Martha:            “Ik Ben De Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft zal leven, ook al is hij gestorven, en een ieder die leeft en in Mij gelooft, zal in eeuwigheid niet sterven.”
En Jezus sloeg de ogen op naar boven en zei: - Vader, Ik dank U, dat U mij altijd verhoord hebt. Zelf wist Ik, dat U mij altijd verhoort, maar ter wille  van de schare, die rondom Mij staat, heb Ik gesproken, opdat zij geloven, dat U Mij gezonden hebt.
En na dit gezegd te hebben, riep Hij met luide stem:
-        Lazarus kom naar buiten.
(Joh. 11: 21-43).
Jezus laat ons op deze wijze zien, dat vriendschap met Hem een waarde heeft, die boven de aardse normen uitgaat. Vriendschap met Hem doet ons de eeuwigheid ervaren. Nu al !!!
Maar het tonen van onze vriendschap met Hem en van Hem met ons, heeft ook zijn consequenties: wie nog buiten staat, wordt uitgenodigd om tot geloof te komen. En er worden mensen overgezet vanuit de aardse duisternis in het Koninkrijk van Gods Liefde door de Kracht van de Heilige Geest. Als vrienden van Jezus mogen we bidden om de Kracht van de Heilige Geest, opdat ook wij dezelfde werken zullen doen als Hij, zodat de Naam van Jezus verheerlijkt wordt.
Maar we moeten ons wel bewust zijn van het verzet en de tegenstand in de wereld. De geestelijke machthebbers, zoals de farizeeën, waren bang hun macht kwijt te raken, omdat het volk meer naar Jezus – en naar de Heilige Geest, Die Jezus openbaart – zou luisteren, dan naar hen. Zij beraamden niet alleen plannen om Jezus te doden, maar ook Lazarus., WANT ER KWAMEN MENSEN TOT GELOOF VAN-WEGE DE WONDEREN EN TEKENEN DIE ZIJ ZAGEN.                                                           Zij bestrijden Jezus’ Woord en Werk, ook via ons, zijn volgelingen, die in een liefdevolle relatie met Hem zijn. 
*Er zijn dus twee geestelijke richtingen:
Het zuurdesem van de farizeeën, die wereldse eer zoeken: vrienden van de wereld zijn vijanden van God.                                                                        
* Leven in vriendschap met God door Jezus Christus. en het eeuwige leven ontvangen.
De keus is aan ons.                                                                       Amen.