Ontvangen en Uitdelen in Geloof.
Marcus 8:1-10; 16: 15-19;1 Koningen 17: 10 – 16;  2Koningen 4: 1 – 7;   Mattheüs 28: 16-20;   Lucas 24: 28-32; Johannes 20: 19-23;


De laatste tijd moet ik regelmatig denken aan 2 personen, over wie Lucas schreef, Zacharias en Maria, twee gelovigen.
* Zacharias had met Elisabeth, zijn vrouw, al een hele geloofsweg afgelegd. En zij leefden onberispelijk: zij namen Gods geboden zeer serieus. En zij hadden gebeden … Maar zij hadden het tenslotte opgegeven te geloven dat ze zouden ontvangen, waar ze God om gevraagd hadden. Zacharias’ geloof dat God wonderen kan doen, was verdord. Toen zond God de engel Gabriël, om Gods blijde boodschap te brengen. Maar het Woord viel op dorre aarde van menselijk ongeloof. Het is een wonder van God dat de mens die alle hoop al had opgegeven, toch kon ontvangen. Maar er volgende wel een tijd van lijden en strijden, voordat hij kon ontvangen en de stroom van Gods Heilsrivier weer in zijn leven ging stromen. (ondanks zijn leeftijd.)
*Maria stond nog aan het begin van haar geloofsweg. Ze was verloofd met Jozef. Open en onbevangen hunkerde ze naar de toekomst en Gods zegeningen, die voor haar lagen. Ook naar haar wordt de engel Gabriël gezonden met een verrassende boodschap, die tegen iedere menselijke logica inging. En Maria antwoordde:"Mij geschiede naar Uw Woord” Dit zijn twee voorbeelden van gelovigen, aan wie God Zijn Gunstbewijzen wilde tonen. God kwam bij beiden tot Zijn doel, want "Geen Woord dat van God komt, zal krachteloos wezen.”
*Zo komt de Heer naar ons met Zijn beloftes. Hij verlangt er naar dat wij uit Zijn hand zullen ontvangen. Maar ons ontvangen is nauw verbonden met ons geloof. Hebben we een geloof als van Zacharias of
als van Maria? Wat leeft er in ons hart ? "Wat hebt u in huis?”
Dat vroeg Elia aan de weduwe van Sarfath. "Wat meel en wat olie. Dat is alles. Daarna zullen mijn zoon en ik sterven.”
" Wilt u er een koek voor mij uit bereiden. Als u aan mij geeft, zal u van uit de hemel gezegend wordenEn door het woord van de man Gods raakte de meel en de olie niet op in deze tijd van grote droogte. Haar leven en dat van haar zoon had ze aan de God des levens prijsgegeven. Daarom mocht ze uit Gods eindeloze goedheid ontvangen.
Maar toen werd haar zoon ziek en stierf. Het leven leek toch stuk te gaan. Haar zoon was haar garantie voor dit leven. "God, waar bent U nu. Staat U toe dat deze geroepen weduwe toch alle hoop verliest?”  Elia nam de dode jongen uit de handen van de vrouw en hij ging naar zijn bovenkamer. Daar bad hij vurig tot God. De jongen kwam tot leven. Elia gaf hem terug aan zijn moeder. Eerst had de weduwe via Elia God leren kennen. Maar door de opwekking van haar eigen zoon raakte God persoonlijk haar hart aan en werd haar geloof in de Levende God zo verdiept, dat ze Zijn getuige werd.   
Deze dieper aanraking van God is nodig om Zijn Leven uit te delen en
veel vrucht te dragen. ! Koningen 17: 7-24

Ook Elisa kwam in aanraking met een weduwe, die via hem de Heer vroeg haar te hulp te komen.
Haar man was gestorven. De schuldeisers uit deze wereld kwamen om haar kinderen als slaven voor zich op te eisen. En weer klinkt daar die profetische vraag:
 "Wat hebt u in huis?”  
Ze antwoordde: "Niets, alleen een kruikje olie.” Elisa zei tegen haar: “Verzamel zo veel mogelijk vaten bv. bij uw buren, en begin met uw zonen al die vaten met olie te vullen,”  . Ze deed het en de olie bleef stromen, totdat alle vaten gevuld waren.
Wanneer ik over een weduwe lees, dan moet ik aan de gemeente van
Jezus Christus denken. Ze kan alleen door geloof in haar Heer leven. In de Geest is Jezus aanwezig, maar haar eenzaamheid en strijd in deze wereld wordt pas opgeheven, wanneer Jezus, de Bruidegom, komt in Zijn macht en heerlijkheid.
Maar zolang Hij nog niet daadwerkelijk is verschenen, wordt de gemeente opgeroepen de olie te gebruiken, wat symbool staat voor de Heilige Geest. De deur naar de wereld wordt gesloten en de vaten worden met olie gevuld, tot het laatste vat toe. Gevuld met olie betekent: Gevuld zijn met de Geest van JezusAls alle vaten vol zijn, is alle schuld volledig betaald. Dan komt Jezus terug om de reine gemeente te verhogen tot Zijn Bruid.
Maar voordat Jezus terugkomt, blijft Hij zegenend zaaien. Hij ziet de menigte voor Zich en is nog steeds met ontferming over hen bewogen. Hij is de Zaaier, Zijn Woord is het Zaad. Hij wil dat de mensen de juiste voeding krijgen,
waardoor ze eeuwig zullen leven.
En Hij zaait … en Hij zaait …., want de mens zal leven van het Woord dat van God uitgaat.        En de mensen krijgen er geen genoeg van om naar het Levenskrachtige Woord van God te horen. Zo kan je er naar verlangen, dat jouw vat volkomen gevuld wordt, zodat je de tijd vergeet: drie dagen waren de mensen bij Jezus gebleven om naar Zijn Woord te luisteren.
Maar Jezus vergeet de tijd niet: er is een tijd om te ontvangen en  om uit te delen: “Geven jullie, mijn discipelen, hen te eten.”
“Maar Jezus, hoe kunnen wij Uw opdracht vervullen?” Soms denken we dat iets te groot voor ons is. We voelen ons klein en onmachtig, als we naar die schare voor ons kijken.  Maar Jezus stelt ons dan de vraag: "Wat hebt je in huis?”   We leggen onze 5 broden en 2 vissen aan Zijn voeten.  "Heer, dat is alles. U ziet Zelf wel hoe weinig het is!” Maar dan beveelt Jezus de mensen te gaan zitten. Hij ziet op naar de hemel. En vraagt om de zegen van Zijn Vader. En opeens ervaren de discipelen dat het weinige dat zij aan hun Heer geven, door Zijn Zegen verandert in een Wonder van overvloed.    
Zie je, kind van de Allerhoogste God, welk wonder de Heer gedaan heeft? Weet je, dat jij en ik wonderen van Hem mogen blijven verwachten ? Besef je dat het nooit gaat over wat onze mogelijkheden zijn, maar over Zijn Genade, Zijn Hand die Zijn kind wil zegen en het ook zal doen, wanneer het hart ervoor open staat.
Bid en je zal ontvangen.
Zacharias had de wonderen van Zijn Meester gezien, want hij was priester in Zijn Tempel. Maar in de loop van de jaren had hij zijn hart gesloten voor een persoonlijk geloof. Hij dacht: -Vroeger, maar nu niet meer. Hier spreekt Jezus over de verharding van ons hart.
Jezus vraagt ons “jong en zacht van hart” te blijven, zoals bij Maria.
In Psalm 62 staat: God heeft één maal gesproken, ik heb dit twee maal gehoord: de sterkte is van God. Wanneer in de bijbel twee keer iets door de Heer wordt gezegd, of gedaan, dan betekent dat, dat de Heer er de nadruk op legt: Het staat vast.
Voor de tweede keer lezen we dat Jezus het Evangelie van Gods Koninkrijk aan de mensen verkondigde en het Woord voor hen met medewerking van Zijn discipelen praktisch wilde maken. En weer begon het met de vraag: "Wat hebt je in huis?”  Zij hadden niet meer dan zeven broden. Toen hief Jezus weer zijn ogen ten hemel en dankte de Vader. Want zonder Hem kon Jezus niets doen. Daarna mochten zijn discipelen gaan uitdelen en de zegen van boven gaf overvloed. Vervolgens zegt Hij ons:
“Ga dan uit! Verkondig dit evangelie. Houd je oog niet op jezelf gericht, maar houd de Heer voortdurend voor ogen. Want wat je dan uit Mijn Hand ontvangt, zal je uitdelen en de oogst zal overvloedig zijn vanwege Mijn Zegen.”