“ Wat doen wij met onze talenten ? ”
Psalm 1: 1 – 3; Mattheüs 25: 14 – 30; Mattheüs 28: 18 – 20;   Lucas 19: 11-27;; Johannes 14: 12 – 14; Johannes 15 : 1 - 8;  Philippenzen 2: 12 - 16
Jacobus 1 :  19 - 27; Jacobus 2: 14 – 17;
 
De Gemeente is op weg naar het hemels feest dat voor haar bereid is. We zien de weg. We ervaren het Licht.  Nog een korte tijd en dan zal het doel bereikt worden.
Vlak voor Jezus’ lijden, Zijn sterven aan het Kruis en Zijn Opstanding uit de dood vertelt Jezus in Mattheüs 25 drie gelijkenissen, die alle te maken kunnen hebben met wat er daarna gebeurt tot aan Zijn Wederkomst. Jezus is de Geest der Profetie. Hij vertelt meer, dan de werkelijkheid om Hem heen, uit die tijd. Hij heeft het hier over de weg naar “het einde” en wie het einde zullen halen om met Hem, Zijn Vader  en de engelen in de hemel feest te vieren.
Eerst is daar het verhaal over de 10 reine maagden, de kerk: Alleen wie werkelijk in Jezus gelooft, zal behouden worden en de feestzaal in mogen gaan. De wijze kerkgangers hebben meer dan voldoende olie bij zich. Olie is het symbool van de Heilige Geest. De Heilige Geest maakt dat er een relatie met Jezus, als Verlosser en Zoon van God, zal zijn. Dan kent Jezus ons en wij kennen Hem.
Wie de Heilige Geest niet wil ontvangen, wil Jezus, Gods Zoon niet ontvangen.  Al zeggen ze: “Here, Here” maar dan zal Hij zeggen: “Ik ken u niet.”                                                                                Daarna vertelt Jezus de volgende gelijkenis, die van de TALENTEN of PONDEN. Daar willen we ons nu op richten                                                                                   
Jezus vertelt hier dat een Heer aan Zijn slaven talenten gaf voor Hij naar een ver land vertrok. In Lucas 19 wordt  erbij gezegd: “…om voor Zich de Koninklijke waardigheid in ontvangst te nemen en daarna terug te keren.”
Deze Heer moet wel Jezus Zelf zijn.  Hij heeft de opdracht van Zijn Vader op aarde vervuld door Zijn Leven te geven voor zondaren, die behouden worden, wanneer zij Zijn Offer voor hen aanvaarden, en zo met God verzoend worden. Zij ontvangen daardoor het eeuwige leven. Maar vervolgens gaat Jezus naar de hemel, om daarna als Koning weer naar de aarde terug te keren en te zitten op de troon van David.
Voor Zijn vertrek geeft Hij aan Zijn dienaren talenten, gaven. Zij hadden een relatie met hun Heer, zoals de wijze maagden, want “de Vader in de hemel geeft de Heilige Geest aan hen die Hem erom bidden.Zo waren ze geroepen vrucht te dragen, opdat de Vader en de Zoon erdoor verheerlijkt zouden worden. De vader heeft een Plan voor ieder van Zijn kinderen. Daarom geeft Hij aan een ieder naar zijn bekwaanheid.
Hoe gaan wij, Zijn volgelingen, daarmee om ? Wij moeten ons in de eerste plaats realiseren, dat de Vader door de genade van Zijn Zoon, Jezus, ons talenten geeft. Want er zijn christenen die meer oog hebben voor wat de ander ontvangen heeft, dan wat zijzelf ontvangen hebben. Door concurrerende gevoelens zal de oogst, waar God naar uitziet, verschralen. De vader verlangt naar een honderdvoudige vrucht, maar o.a. door zo’n hartsgesteldheid kan de vrucht reduceren tot 60% of zelfs 30%
Wanneer we aan het werk zijn in het Koninkrijk der hemelen,
dan zullen we ons in de eerste plaats op de Gever moeten
richten. Hoe dieper onze relatie is met Hem, onze Heer en Heiland, des te meer zullen we door de Heilige Geest geleid worden om vrucht te dragen tot Zijn eer.  
Ook in deze gelijkenis draait alles om de relatie met hun Heer. Dat blijft het centrale thema in het leven van een gelovige. Er is een stroming onder Christenen, die beweert: “Eens gered, voor altijd gered.”
Maar in een relatie zijn er altijd twee partijen. Door deze gelijkenis maakt Jezus duidelijk dat “het Verbond” ook
verbroken kan worden.
Een mens die alleen wil ontvangen, is ook alleen op zichzelf gericht. Daarom zegt de Bijbel dat we niet wereldgelijkvormig mogen worden, want dit probleem heeft heel de wereld, die niets van God wil weten, besmet. (als bij Babel)
Er zijn mensen die God beschul-digen, dat Hij niet goed voor hen zorgt. M.a.w.: Hij geeft hen te weinig: maar één talent.
Ze letten niet op wat Hij hen gegeven heeft. De liefde voor Hem is daardoor lauw geworden. Dan is het onmogelijk voor Hem vrucht te dragen. Ze doen niets met wat Hij hen gegeven hebt: ze maken dat het geloof in hun leven onzichtbaar is geworden.
Maar weer moeten we het zeggen: De Heer verlangt van ons een LEVEND GELOOF, voordat wij de feestzaal binnen mogen gaan. Dat ontvangen we als we verbonden blijven met  de Bron van alle leven: Jezus.
Hij zegt in Johannes 15: -Ik ben de ware wijnstok. Mijn Vader is de Landman. Jullie zijn de ranken. Vader snoeit de ranken, opdat ze meer vrucht dragen.
En dan vervolgt Hij verder:
“Elke rank die geen vrucht draagt, wordt afgesneden en in het vuur geworpen.”
God heeft Zijn volk lief met een heilige Liefde. Daar kan je niet zo maar achteloos mee omgaan.
Jezus zegt ons: “Je toont jouw liefde voor Mij door te doen wat Ik je gebiedt.”
Jacobus schrijft het ook duidelijk in zijn brief: “Wees daders van het Woord en niet alleen hoorders.” “Wat baat het ,                 mijn broeders en zusters, als iemand beweerd geloof te hebben, en hij / zij heeft geen werken? “ “Want gelijk het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder werken dood.” Door werken worden we niet zalig, zoals de Rooms Katholieke kerk het beweerde. Onze Redding heeft plaats gevonden door het Offer van Jezus Christus op Golgotha. Daar kan niets aan toe of afgedaan worden. Maar als we ons bewust zijn van Gods Liefde voor ons, door Zijn eigen zoon voor ons op het altaar te leggen, dan verlangen we er naar werken te doen die Hem behagen. Dan bidden we: “Heer, gebruik me naar Uw Wil.”  Een van de gebeden, die praktisch mijn hele leven beheerst, is: “Vader, laat mij de werken doen, die de Here Jezus gedaan heeft, omdat Hij zegt: - De werken die Ik gedaan hebt, zult ook gij doen.”  Dan antwoordt de Heer hierop: “Welzalig de man / vrouw die niet wandelt in de raad der goddelozen, die niet staat op de weg der zondaars, maar aan des Heren wet zijn welgevallen heeft, en die overpeinst…Want hij of zij is als een boom, geplant aan waterstromen, die zijn vrucht geeft op zijn tijd. Al wat hij of zij onderneemt, gelukt………… in Jezus’ Naam.                                                             Amen